September 1987, een nieuw schooljaar startte. Maar tegelijkertijd hét begin van de ‘vernieuwde werking binnen het B.S.O.’ Wat reeds enkele jaren aan experimenten liep in de afdelingen van het VTI- beroepsafdeling, werd vanaf 1987 verder gezet en vooral uitgebreid en structureel vastgeankerd. De BSO-populatie telde toen meer dan een vierde van de totale schoolbevolking. Op vandaag is dit ongeveer 35 %.
Het B.S.O. richt zich tot die jongeren die minder aanleg vertonen voor de theoretische grondslagen van een beroep, maar die concreet ingesteld zijn, en ‘een vakman’ willen worden. Zij zijn hoofdzakelijk aangewezen op leermethodes waarbij de leerkracht ‘al doende’ tot het begrijpen, kennen en toepassen komt. De experimenten die tot de jaren ’90 in heel wat Vlaamse scholen liepen, beoogden juist deze doelstelling. Het was hoogdringend om aan deze onderwijsvorm (ook in het VTI) extra aandacht en omkadering te bieden!
Een werkgroep werd samengesteld uit leerkrachten van alle graden in het B.S.O., onder de coördinatie van een ‘Intern Pedagogisch Begeleider’. Deze nieuwe werkgroep in het VTI werd één van de eerste pedagogische werkgroepen! Zij moest
“vele muren omgooien” … VERNIEUWING werd een sterke gedachte in alles wat te maken had met onze leerlingen in de beroepsafdelingen.
In het begin sleutelde men o.a. aan de wijze van lesgeven:
· via de ‘werkplaatsklassen’ legde men bruggen tussen de technische vakken en de beroepspraktijk;
· via de ‘themaweken’ werd vakoverschrijdend gewerkt; tevens werd “het venster van het VTI opengegooid” en trokken leerlingen B.S.O. op studiereis, op bezoek naar bedrijven of allerlei diensten;
· verschillende sprekers kwamen naar school om een bepaald onderwerp toe te lichten (= ‘ervaringsgericht’ onderwijs);
· er werd werk gemaakt van ‘differentiatie en remediëring’; om veel méér in te spelen op de individuele noden van leerlingen;
· we vertrokken vanuit de leefwereld van de leerlingen.
De werkgroep, ondersteund door de toenmalige directie, stak later heel wat tijd in
ORGANISATORISCHE aspecten van het onderwijs. Uurroosters werden overhoop gehaald, er kwamen betere lokalen voor de BSO-afdelingen, handboeken en cursussen werden vernieuwd, enz. … Doorheen deze realisaties werd een ander beleid op de rails geplaatst, met het nodige respect t.o.v. de ‘zwakkere’ leerlingen;
een ‘voorrangsbeleid’ om leerlingen (en leerkrachten) au sérieux te nemen.

Omdat leerlingen in het B.S.O. een ander ‘profiel’ vertonen dan leerlingen uit het TSO, moesten in de volgende jaren nog belangrijke wijzigingen gebeuren !
Vanaf de beginjaren ’90 veranderde de wijze van evalueren en rapporteren. Na vele voorbereidende bijeenkomsten en experimenten, ontwikkelden wij een totaal ander systeem. Begrippen als leerproces, permanente evaluatie, aandacht voor leefhouding & leerattitudes, … doken op; zij werden ingebracht in een eigen VTI-model. Met deze vernieuwingen –en ook de aangepaste examenroosters- werd ‘geschiedenis’ geschreven. Op verscheidene studiedagen in ons bisdom mochten we gaan getuigen van deze onderwijsontwikkelingen…
We beseffen maar al te goed dat ‘de trein aan het rijden is’, en we hem niet meer kunnen stoppen. Er blijft nog wel wat werk voor de BSO-ploeg. Dat we met z’n allen meer zorgzaam omgaan met onze toffe leerlingen uit de BSO-afdelingen, is onze betrachting als leerkracht of opvoeder. Met het ‘V.B.S.O.’ willen we onze 330 leerlingen helpen voorbereiden, om als mens deel te nemen aan het ‘volwassen leven’, in zovele aspecten. We zijn fier op onze mannen (en enkele vrouwen) uit de 6e of 7e jaren die telkens in juni afstuderen: degelijke eindwerken !
Hebben wij voldoende eerbied voor handenarbeid ? Schreeuwt de maatschappij niet om goed gekwalificeerde vakmensen ?
Emmanuel Van den Bulcke
I.P.B.