Log in
 
 
 
  De Kerels - intro Minimize

De Koninklijke Harmonie De Kerels, de harmonie verbonden aan het Vrij Technisch Instituut Ieper, werd opgericht in 1948.

Momenteel staat het korps uit een 45-tal muzikanten:  leerlingen, leerkrachten en oud-leerlingen die onze formatie  graag komen versterken.  Een 6- tal leerlingen vormen het trommelkorps.

Zinvolle vrijetijdsbesteding, muzikale creativiteit en vriendschap vormen dé hoeksteen van De Kerels. Het repertorium bestaat uit marsmuziek en lichtere concertwerken (populaire muziek, filmmuziek...).

Vaste jaarlijkse optredens zijn het Ceciliastraat in het Forum van het VTI (eerste vrijdag van december), Aperitiefconcert St.-Jozefsfeest VTI, Optreden Open Schooldag 2de Sinksen, deelname aan de Heilige Bloedprocessie in Voormezele.

Daarnaast waren de Kerels reeds tweemaal te gast in Seelbach (Zwarte Woud).

praktisch:
Dirigent:    Peter Leroy
Repetitielokaal:  Kapel, Augustijnenstraat 58,  8900   Ieper
Repetitiedag:  iedere dinsdag van 12.30 u. tot 13.15 u.

Contactgegevens
Secretariaat - Davy Bequoye
Davy.Bequoye@olvvantuine.be
0478 46 77 08
 

 
  De Kerels in concert - 60 jaar Minimize

Op vrijdag 21 november 2008  hield de harmonie De Kerels haar jaarlijks concert.
Het werd een speciale editie want de harmonie vierde haar 60ste verjaardag.

De Kerels, onder de deskundige leiding van dirigent Peter Leroy, zorgden voor een spetterend optreden waarin ze in het tweede deel een vocale artiest ondersteunen. Gelegenheidspresentatrice Heidi Deramoudt heeft, zoals naar jaarlijkse gewoonte, alles vlotjes aan elkaar gepraat.

Het was leerkracht wiskunde Marc Platteeuw die met een aantal vaste waarden van de Kerels dit gesprek had over de voorbije jaren.

 

Ik word om 17.30 uur vriendelijk ontvangen door de vrouw des huizes. Collega’s Daniël Pauwels en  Michaël Luca, oud-collega Robert Delahaye (Bertje voor de vele vrienden) en gastheer oud-collega Hendrik Moerman zitten reeds geanimeerd te babbelen rond de grote tafel in het smaakvol ingericht salon. Je moet echt blind zijn om niet onmiddellijk door te hebben dat in dit huisgezin kunst in al zijn vormen als een rode draad doorheen de dagdagelijkse belevenissen geweven wordt.
 
De reden van onze bijeenkomst is nu juist een gemeenschappelijke bezetenheid door en voor muziek, en in het bijzonder voor de Koninklijke harmonie de Kerels van onze school. Mijn vier gesprekpartners hebben elk op hun manier de vele voorbije jaren zich belangeloos en met volle overgave ingezet in de uitbouw van een schoolmuziek dat op de dag van vandaag niet meer weg te denken is in het Ieperse . Naast de vele muzikale hoogtepunten die de Kerels de voorbije jaren presenteerden, zijn er ook tijdens de optredens heel wat anekdotes gebeurd die tot op heden nog vaak met een traan en een lach aan hun vele muziekvrienden worden doorverteld. Met plezier laat ik u meegenieten van een kleine bloemlezing.
 
Robert: ‘ Het muziek was gevraagd om mee op te stappen in de kleine kattenstoet. Elke muzikant kreeg een behoorlijke zware kattenkop op het hoofd om in de stoet te dragen. Onze  blazers moesten om hun mondstuk van hun instrument in hun mond te krijgen wel gedurende de volledige tocht hun hoofd intrekken. Het gevolg was dat ze uren na de stoet nog altijd met moeite hun hoofd weer normaal konden recht houden van de kramp. Ook voor mij als speler van de groskesk ( de grote trom) was dit jaarlijks een pijniging voor het hoofd. Niet zelden eindigde deze marteltocht voor mij met enkele pijnlijke kwetsuren. Ook tijdens zo’n kleine kattenstoet is het eens gebeurd dat de drie begeleidende trommelaars - elk afkomstig uit een ander gemeentelijk muziekkorps - alle drie een verschillend stuk trommelden. Een kakofonie van jewelste totdat onze dirigent Hendrik voorstelde dat ze elk om beurt samen met mij afzonderlijk hun ding mochten doen.’
 
Hendrik: ‘ We zijn een paar keren gaan spelen in een voorstad van Parijs. Bij zo’n een gelegenheid werden we eens geëscorteerd door lieftallige Hollandse majorettes. Zelf hadden ze twee fameuze bodyguards bij die hen moesten beschermen tegen al te opdringerige Fransen. Dit was natuurlijk buiten Robert gerekend die normaliter in het midden van het muziekkorps zijn plaats had, dan telkens opnieuw in de kortste keren helemaal vooraan liep zodat hij een goed zicht had op de korte rokjes en sensueel wiegende heupen. Een andere keer in Malakoff, ten zuiden van Parijs, hadden we ’s morgens een concert en in de namiddag een stoet. Het was een snikhete dag maar liever dat dan te moeten stappen in de regen. Tussen beide optredens werd er voor de middag eten voorzien in een knus typisch Frans restaurantje. Willem Luca, pa van Michaël en ook vele jaren voorzitter en spelend lid van de kerels, vond echter dat het maar niet vlotte met die maaltijd en ging een kijkje nemen in de keuken om te zien wat de reden kon zijn. Hij stelde voor om het dessert , een stuk Camembert, mee te nemen voor later op de dag. E.H. Vermeulen, toenmalige proost  van het schoolmuziek, voegde onmiddellijk de daad bij het woord en stak een viertal grote Camemberts in de zakken van zijn vest. Ik had dit natuurlijk gezien en vroeg stiekem aan mijn muzikanten of ze bij het verlaten van de eetzaal zoveel als mogelijk wilden drummen tegen onze proost om het deurgat te nemen. Ik moet er wellicht geen tekeningetje bij maken hoe onze proost er de namiddag bijliep en waarom bij het terugkeren naar Ieper niemand met grote goesting naast hem wilde zitten op de bus. Zo’n stank!’
 
Michaël: ‘ Het was bij een optreden naar aanleiding van een voetbalmatch van Club Brugge tegen Chelsea (begin de jaren zeventig op het oude terrein De Klokke op de Torhoutse Steenweg) dat Edmond Haentjens, nu ere-voorzitter van de Kerels, vooraf zich had laten ontvallen dat het een grandioos optreden zou worden met tussenin wat voetbal. En inderdaad het spelen voor de wedstrijd werd door de vele duizenden supporters sterk geapprecieerd. Alles verliep in een uiterst vriendschappelijke sfeer. Uiteindelijk won Club met 2 - 0. Na de wedstrijd werd aan de muzikanten gevraagd nog wat op hun plaats te willen blijven zitten tot ze met hun instrumenten veilig en wel via een oversteek van het veld het stadion konden verlaten. Maar ja, juist op het moment dat ze het veld overstaken bestormden enkele Brugse en Engelse heethoofden de grasmat om tussen de muzikanten door een gevecht in regel te houden. Willem Luca kon het niet nalaten om met zijn sousafoon (ook wel bombardon genoemd) enkele heethoofden een ferme tik te verkopen. En of hij gelijk had!
Naar aanleiding van het 50 jarig bestaan van de Kerels mochten we opnieuw gaan spelen op Club Brugge, nu in het Jan Breydelstadion. Het was een zonnige maar winderige zondagnamiddag. Voor de wedstrijd liepen we al spelend een paar rondjes rond het stadion en na verloop van tijd deden we onze triomfantelijke intrede. We waren echter nog maar net het stadion binnen of we werden daar langs alle kanten uitgefloten . Onze nieuwe speeloutfit - een groene trui op een zwarte broek - werkte als een rode lap op een stier voor de Club-supporters. We werden er luidkeels op gewezen dat het die dag Club was die thuis speelde en niet Cercle en dat we een week te laat waren. Als dirigent van dienst was ik de gelukkigste mens op aarde op het moment dat de scheidsrechter zijn opwachting deed en de gemoederen terug kalmeerden.’
 
Daniël : ‘ In de loop van het schooljaar 2004 - 2005 werd het VTI door het stadsbestuur van Ieper gevraagd om mee te werken aan de renovatie van de John McCrae site gelegen langs het kanaal Ieper - Ijzer. John MacCrae was een Canadese militaire arts en auteur van het welbekende oorlogsgedicht ‘In Flanders Fields’. Onze jongens van de bouwafdelingen TSO en BSO hebben hierbij schitterend werk geleverd. In oktober 2005 werd dan met de nodige luister en praal de vernieuwde site geopend. Hiervoor werd de minister of veteran affairs of Canada   uitgenodigd om het obligate lintje te komen doorknippen. Tijdens deze ceremonie moesten de Kerels eerst het Canadees en daarna het Belgisch volkslied spelen. Dirigent Michaël gaf de maat op en wat dan te horen was , was een mengeling van beide volksliederen. Een paar slimmeriken hadden niet goed gehoord wat de juiste volgorde van spelen was en waren begonnen met het Belgisch volkslied. Achteraf kwam de Canadese minister - nota bene een vrouw - ons met de nodige knipoog feliciteren voor de mooie opluistering van de ceremonie en de gave vertolking van het Canadese volkslied. Toch iemand tevreden!



 

 
Copyright 2007 VTI Ieper