3.1. Niveau van de individuele leerling
Vanuit onze visie is het essentieel dat we een houding aannemen, die ingegeven is door OPENHEID en AANVAARDING van de jongere ondanks zijn tekortschieten. Onze aandacht zal ook uitgaan naar de leefwereld van de jongere, de cultuur waartoe hij/zij behoort, …
De individuele leerlingenbegeleiding concentreert zich op DRIE DOMEINEN die wel onderscheiden kunnen worden, maar niet altijd strikt te scheiden zijn. Het gaat om
- de ‘studieloopbaanbegeleiding’: basiscompetenties, vroegere schoolloopbaan, de oriëntering naar verdere studie- en beroepskeuze;
- de ‘studie- of de leerprocesbegeleiding’: leervaardigheden als studiemethode, werktempo,
- concentratievermogen; zelfstandig leren; attitudes;motivatie; verdere interesses,…;
- de ‘sociaal-emotionele ontwikkeling’ van de jongere: de thuissituatie, specifieke belevingen binnen bepaalde culturen, persoonlijke problemen als diversiteit, zelfdoding, vroegere schoolervaringen, het welbevinden op onze school.
De directie stelt alles in het werk om de hulp naar het individu, laagdrempelig en vlot toegankelijk aan te bieden. We denken aan de figuur van ‘de klasleraar’, het bestaan van ‘een leerlingensecretariaat’,
de directie die gemakkelijk bereikbaar is, de dienst ‘onthaal’, een oud-leerlingenbond, …
De ouders blijven voor ons een belangrijke partner in het zoeken naar de meest adequate begeleiding en zorg voor hun zoon of dochter.
3.2. Het klasniveau
3.2.1.De (klas)leraar
De leraar krijgt een andere rol: waar hij/zij vroeger meer optrad als vakdeskundige met een groot gezag, wordt hij nu meer BEGELEIDER van het ganse leerproces. Het is belangrijk dat de leraar een goede verhouding nastreeft tussen vakkennis en didactische vaardigheden.
De leraar wordt meer en meer gezien als een coach van de klas, als een deskundige die in dialoog met de leerlingen hun leertraject uitstippelt, met het oog op hun talenten- en competentieontwikkeling.
Naast de zorg voor het SAMEN-LEREN, heeft elke leraar ook oog voor het SAMEN-LEVEN in een klasgroep. De leraar ontwikkelt samen met de leerlingen een klimaat waar iedereen zich thuis voelt. De klas= het eerste steunend netwerk binnen de school. De leraar zal de klasleraar tijdig op de hoogte brengen van bepaalde bevindingen.
Vanuit deze specifieke opdracht, zal DE KLASLERAAR extra aandacht hebben voor het functioneren van de klasgroep en voor het opvolgen van de individuele leerling. Deze zorg concretiseert zich o.a. in
- bespreking van attitudes, vaardigheden, verslagen en rapporten;
- het voorbereiden van de begeleidende klassenraden;
- het vervullen van brugfunctie tussen de klas en vakleraren;
- aandacht voor het groepsproces en zorg voor de opbouw van een goede klasgeest;
- aanwezigheid bij zinvolle lesvervangende programma’s, pastorale initiatieven, extra-muros
- activiteiten;
- beschikbaarheid om te communiceren met de ouders.
3.2.2.De begeleidende klassenraad
Op klasniveau fungeert de klassenraad als een belangrijk orgaan op het vlak van de vorming en de evaluatie van de vorderingen van een groep leerlingen. De klassenraad bespreekt regelmatig de leerresultaten, de attitudes en eventuele (leer)moeilijkheden van de leerlingen. Er bestaat in het VTI een duidelijk gestructureerde kalender van klassenraden, met als uitgangspunt de onderwijsvormen
(BSO en TSO) en de drie graden.
Daarnaast kan, voor welbepaalde individuele gevallen, in de loop van elk trimester een extra KR voor één klasgroep samengeroepen worden.
De begeleidende klassenraad overweegt soms n.a.v. bepaalde signalen een ‘handelingsplan’ voor een of meer leerlingen; sommigen hebben immers nood aan een gerichte individuele aanpak. Naargelang de problematiek wordt beroep gedaan op het leerlingensecretariaat, de directie, onze CLB-medewerker, een extern deskundige.
3.3. Het schoolniveau
3.3.1.Rol van de (adjunct-)directeur
De directie ervaart een SFEER van BETROKKENHEID en VERBONDENHEID als belangrijk, zij neemt het zorgbeleid ter harte! Samen met alle medewerkers in de school en de netwerken rondom ons, zoekt de directeur naar middelen om de zorggedachte bewust te integreren en vorm te geven in de schoolorganisatie. Dit gebeurt o.m. door het scheppen van een positieve & participatieve cultuur,
het ondersteunen van organen die de zorg expliciet opnemen, een doordacht personeelsbeleid te voeren op dat vlak, oog te hebben voor de infrastructuur in functie van het welbevinden.
De directie is dagelijks vlot bereikbaar voor haar medewerkers, leerlingen & ouders.
Eén van beide adjunct-directeurs (Emmanuel Van den Bulcke) werd –na jaren ervaring als (klas)leraar en verantwoordelijke voor de sociale dienst 2e + 3e graad-, specifiek belast met de dagelijkse leiding en uitbouw van het ‘leerlingensecretariaat’.
3.3.2.Een positief en participatief ingestelde schoolcultuur
De eerste kennismaking met het VTI laat meestal een sterke INDRUK na bij nieuwe leerlingen en hun ouders: onze opendeurdag als weerspiegeling van het dagelijkse schoolleven, de doe-dagen voor de 12-jarigen, een onthaaldag met een paar speelse componenten, een ouderavond voor de 1e graad in het eerste trimester; en zovéél andere initiatieven.
De wijze waarop directie en medewerkers met elkaar en met de leerlingen omgaan, heeft een grote weerslag op het algemeen pedagogisch klimaat. Om een vruchtbare samenwerking te realiseren is geregeld OVERLEG een noodzaak, maar zijn evenzeer de vele INFORMELE ONTMOETINGS-
MOMENTEN, waardevol !
Het werken met een zorgbeleid vertrekt van het LUISTEREN naar wat jongeren zelf verwachten. We willen dus zeker rekening houden met hun verwachtingen; en zullen af en toe (via de leerlingenraden) peilen naar de thema’s die zij verbeterd willen zien. De resultaten zullen een belangrijk element vormen voor de interne kwaliteitszorg.
3.3.3.De zorg voor de leerling opgenomen door een aantal organen
- `het leerlingensecretariaat’ (zie andere nota)
- de wekelijkse aanwezigheid van een CLB-medewerker
- ‘de pastorale werkgroep’ (treedt specifiek op n.a.v. een overlijden van een (oud-)leerling of een familielid)
- ‘de schoollogopediste’ en werkgroep ‘dyslexie’
- ‘de drugcel’
- de werkgroep ‘Leefsleutels’
- en tenslotte alle ‘vakgroepen’.
Onze school kent –tot nu toe- nog geen werking van ‘vertrouwensleerlingen’. N.a.v. bepaalde bijscholingen en het experiment in een andere Ieperse school, wordt dit wel verder onderzocht.
De school voorziet in duidelijk uitgetekende communicatiekanalen naar leerlingen (vooral via de agenda en de klasleraar) en naar de ouders. Het zorgbeleid en bepaalde initiatieven, is een vast item op de vergaderingen van de ouderraad, en soms op een ouderavond.
3.3.4.De zorg geconcretiseerd in het personeelsbeleid
De directie kent de competenties van haar personeelsleden en bestudeert grondig wie voor de INVULLING van zorgtaken in aanmerking komen: klasleraren, leerlingbegeleiders, leden van het directieteam, interne pedagogische begeleider, technisch-adviseur, logopediste, enz. …Deze collega’s krijgen een grote vrijheid om tijd & ruimte vrij te maken voor de leerlingen; om naar hen te luisteren, hun zorgen te delen, te praten, aanwezig te zijn.
De directie stimuleert hen om NASCHOLINGEN te volgen ter professionalisering van hun taken.
3.3.5.Gepaste infrastructuur
Al zijn onze financiële middelen schaars (lees: ontoereikend!), is de directie zéker bekommerd om goede, aangename infrastructuur voor de leerlingen en alle personeel. Uit het recente verleden kan genoemd worden: nieuw gebouw 1e graad, fietsenberging bovenbouw, een turnzaal en véle sport-
velden, een ontmoetingsruimte voor de 3e graad, het lokaal waar de leerling discreet een gesprek kan voeren, de vernieuwing speelplaats bovenbouw, het opfrissen van de A-reeks.
In de toekomst (én wanneer de overheid méér middelen ter beschikking stelt) wordt gepland: een nieuwe leraarskamer, een overkoepeling van een gedeelte van de speelplaats, een nieuw toiletten-complex, nieuwe leslokalen voor de bovenbouw, de herinrichting van het parkgedeelte.
3.4. Het niveau van de scholengemeenschap
Gezien de groeiende intense werking van de Ieperse scholengemeenschap, worden ook bepaalde vormen van SAMENWERKING op het vlak van zorgbeleid ontwikkeld. We kunnen immers leren van elkaars sterke punten.
Tot nu toe zijn er afspraken voorzien over :
- de intake en het inschrijvingsbeleid
- de schoolloopbaanbegeleiding (met o.a. ‘de schoolloopbaanroosters’)
- inschrijvingen en heroriënteringen in de loop van het schooljaar
- het omgaan met leerlingen die omwille van disciplinaire reden definitief zijn uitgesloten
- een werkgroep ‘overstap basisonderwijs-secundair onderwijs’
- de werkgroep ‘pedagogische en didactische ondersteuning’
- het gemeenschappelijk schoolreglement
- het drugbeleid
- pedagogische studiedagen en andere nascholingen.